Cultuur In Beeld zoekt medewerkers om mee te helpen om ons cultureel patrimonium in beeld te brengen.
Schrijft u graag over wat er te doen is in ons Vlaanderen? Dan is dit mogelijk uw ding.
U komt terecht in een leuk team.. Interesse? mail naar: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Regio

Utopia zet voor het eerst de deuren wijd open.

Utopia.jpg

Aalst is een nieuwe architecturale parel rijker. Utopia is een adembenemend ontwerp van architectenbureau KAAN. Het gebouw is uniek omdat de twee functies niet naast elkaar bestaan maar in elkaar zijn verstrengeld. De naam ‘Utopia’ verwijst naar het boek van Thomas More waarvan de Aalsterse drukker Dirk Martens de eerste druk realiseerde.

Vanavond start een openingsweekend dat vier dagen gaat duren met een evenement waarop iedereen welkom is. Utopia in cijfers: • 8086 m² totale bouwoppervlakte • 230.000 bakstenen van de gesloopte gebouwen werden gerecycleerd in andere projecten • 43500 unieke gevelstenen Wasserstrich Special Rood Aalst en 400 handgevormde hoekstenen • 191 schroefboorpalen dragen de nieuwbouw • 4273 m² beton zorgt voor stabiliteit • 452 m² hoogrendementsglas • 189.200 arbeidsuren + 13.800 studie-uren door het projectteam + 1720 studie-uren door de werkvoorbereiders • Polyvalente theaterzaal voor 100 personen met akoestische beglazing van 2 x 1,5 ton • Akoestische beglazing van de polyvalente zaal van 2x1,5 ton ??? • 250 werkplekken verspreid over de bibliotheek • 31 leslokalen • 2 kunstkamers • Een verteltheater en een jeugdatelier • Een Utopia-café • 16 publiekscomputers + 10 ipads • 1600 lopende meter boekenrekken • 144.252 boeken, strips, cd’s, dvd’s en tijdschriften • 1545 leerlingen aan de Academie voor Podiumkunsten • Meer dan 1000 bibliotheekbezoekers per dag • Kostprijs project: 15 miljoen euro

0
0
0
s2smodern

Lam Gods gevonden ?

Lam-Gods.jpg

In een nis van gewelven onder de Kalandenberg zou het in 1934 gestolen luik van Het Lam Gods verborgen liggen.

De “ Rechtvaardige Rechters”, een deel van het veelluik , het polyptiek, van het Lam Gods, geschilderd door de gebroeders Van Eyck, zou daar weggestoken zijn door Arsène Goedertier.

Maar keren we terug naar de avond dat Arsène twee luiken van het schilderij stal uit de Sint-Baafs kathedraal. Een misdaad was een feit, een mythe was geboren, het mysterie bleef.

Het middeleeuwse schilderij op bestelling van de mecenas Joost Vyd en gepenseeld door Jan en Hubert Van Eyck, het werk was af in 1432,was op zich toen reeds een meesterwerk maar werd beroemd en bekend door de diefstal die tot op heden nooit opgehelderd werd.

Een deel werd wel terug gevonden namelijk de grisaille met de beeltenis van Johannes De Doper. Heel wat speurders braken er hun hoofd over en de Duitse bezetters, in opdracht van Hitler, zochten zich suf naar dit mythische schilderwerk.

Overigens liet Hitler ook zoeken naar ander mysterieuze en religieuze voorwerken zoals de “Speer van het Lot” en de “Heilige Graal”.

Volgens een Amerikaans onderzoeker zou “Het Lam Gods” het schilderij in zijn geheel, het meest gestolen, verhandelde en terug samengestelde beroemde kunstwerk van de wereld zijn.

Het Derde Rijk ging ten onder maar de zoektocht naar het verdwenen paneel bleef de actualiteit halen net zoals nu. De mythe bleef en het mysterie geraakte niet opgelost, kilo’s boeken werden er over gepubliceerd en theorieën verspreidzonder gevolg.

Het paneel van de “Rechtvaardige Rechters” bleef zoek, tot nu het boek verscheen van en met als duidelijk doel de zoektocht te laten uitmonden in het vinden van het verdwenen kunstwerk. De verdienste van het boek onder de titel, “De veertiende brief” van Marc de Bel en Gino Marchal, is dat in deze uitgave van Van Halewyck, mysterie en fictie doorheen verweven zijn.

Deze roman in de “ik” vorm geschreven probeert de diefstal van de eeuw te ontrafelen en voert de lezer mee in een eigentijds verhaal met links naar de dertiger jaren, fictie en realiteit lopen naadloos door elkaar. De meesterlijke schrijvershand van de Bel is nooit ver weg en weet te boeien ook voor buitenstaanders.

Dat de diefstal van de eeuw van het wellicht meest mythische middeleeuwse kunstwerk daarmee opgelost is denken we niet maar de zoektocht blijft boeiend, eens opgelost in de mythe weg.

De veertiende brief” van Marc de Bel en Gino Marchal is te verkrijgen bij de betere boekhandel.

 

Jean Buyle

0
0
0
s2smodern

De Stad Gent geeft Electrabel-gebouw een nieuw elan en een nieuwe naam: De Stroom

282851-20180613_AV_mural_landscape-a253c9-large-1528883047.jpg

In 2015 nam de Stad Gent haar intrek in het vroegere Electrabel-gebouw aan de Franklin Rooseveltlaan. Gedurende de laatste jaren heeft de organisatie hier haar 'nieuwe werken' - onder de benaming Wijs Werken Huisvesting - geïntroduceerd, met de daarbij horende renovatie- en inrichtingswerken. Vandaag huizen er verschillende ondersteunende diensten die mee de draaischijf vormen van de rest van de organisatie. Het gebouw maakt deel uit van een hele reeks centralisatie-oefeningen, waarbij de diensten en services van de Stad Gent en het OCMW Gent dichter bij elkaar zitten, om zo efficiënter en sneller te kunnen werken.

 

Naast de diensten van Human Resources, waaronder Selectie en Personeelsbeheer, komt hier ook de dienst SodiGent, die de sociale voorzieningen verzorgt voor huidige en gepensioneerde medewerkers. Kortom, het gebouw voorziet de hele doorstroming als collega van de stad, als een echt huis van de medewerker.

De naam

De Stad Gent is dan ook op zoek gegaan naar een passende naam voor het gebouw en kwam uit bij De Stroom. De Stroom omdat het gebouw aan de Schelde ligt, maar ook omdat een stroom constant in beweging, actief en dynamisch is. Iets wat we met de stadsorganisatie steeds willen zijn.

In het gebouw is er dus een in- en uitstroom van huidig personeel van de Stad en het OCMW, toekomstig personeel (sollicitanten leggen er testen af) en ex-personeel via de diensten van SodiGent. Een stroom gaat ook altijd vooruit, soms kalm en harmonisch, soms wat woeliger.

De naam linkt ook naar de vroegere functie van het gebouw (energie en Electrabel); het heeft een logische relatie met De Krook (genoemd naar de scherpe bocht in dezelfde stroom). Beide namen klinken goed samen: De Stroom en De Krook.

Mural

Om de  nieuwe naam van het gebouw letterlijk en figuurlijk in de verf te zetten, heeft de Stad Gent gevraagd aan het grafisch bureau Toykyo uit Gent een mural te ontwerpen die de gevel herkenbaar maakt van over de hele Site Zuid.

Het is een dynamisch ontwerp geworden met elementen die abstract zijn, maar tegelijkertijd de verschillende inhoudelijke invullingen van 'De Stroom' dekken. Zo zitten er twee rivieren in die de Leie en de Schelde voorstellen. De compositie zit vol beweging, wat symbool staat voor het dynamische karakter van het gebouw en de stad. De mural kijkt letterlijk uit over 'de Zuid' en lonkt naar De Krook en De Vooruit in een typische Toykyo stijl.

De structuur van de mural volgt de opbouw van het landschap errond, vertrekkende onderaan bij het water, overgaande naar golvende elementen die complementair zijn aan de glooiing van de Lammerstraat om explosief te eindigen bovenaan in de lucht... the sky is the limit :)

Het geheel is vanaf nu te bezichtigen, en hopelijk wordt dit een nieuwe 'eyecatcher' in Gent.

Sorry Not Sorry

Daarnaast zal de mural voor een verruiming zorgen van het Streetart-DNA van de stad en komt het mee in het overzicht van straatkunstwerken die Gent reeds rijk is. Een overzicht van de kunstwerken is gebundeld in het project Sorry Not Sorry. Op de website gentkunst.be/sorrynotsorrygent kunt u de 124 verschillende locaties met kunstwerken gemakkelijk terugvinden op kaart. Daarnaast zijn er ook gedrukte plannetjes, gratis af te halen bij de Dienst Toerisme, de Stadswinkel en de Jeugddienst, de perfecte tool om Gent eens op een andere manier te ontdekken.

 

Didier De Wever

0
0
0
s2smodern

Conincksberen evoceren Louis Minard , stichter én schouwburg, én Romain Deconinck, hét boegbeeld

jb-monique-en-claude.jpg

“Een educatief programma over Romain Deconinck, én Louis Minard”, zo kondigen de ex-Minardberen Claude Marissael en Monique De Bock hun “evocatie” aan.

Een “historische uiteenzetting” klinkt nogal zwaarwichtig maar toch zijn er velen voor wie de oorsprong en de evolutie van het legendarische volkstheater een totaal onbekend gegeven zijn. Wié beter, dan de rasechte theatermensen die het allemaal in de jaren zeventig ter plaatse hebben meegemaakt, om hierover te getuigen.

Claude Marissael neemt de biografie van architect Louis Minard (1801-1875) voor zijn rekening ,vertelt over de begindagen van “de Vlaamschen theater”, eerst als tegenhanger van de Franse Theater, zoals de opera aan de Kouter destijds werd genoemd.

De schouwburg werd gebouwd in 1847 en zal pas honderd jaar later zijn definitieve invulling als populair “volkstheater” krijgen. Eind jaren dertig was het Henri Van Daele die er zijn toneelstukken speelde en tijdens de oorlogsjaren was het producer “Dickson” die er de programmatie invulde.

Hopelijk wordt er ook aandacht gegeven aan de echte naam van het gezelschap (VZW GentsVolkstoneel”), en waar de koosnaam “de beren” vandaan komt. Daarnaast was er ook de “concurrentie” of “Het Volkstheater“ van Roger Piers (beter bekend als “De Drie Charels”) tevens directeur en progammator van de Ancienne Belgique tot 1968 ( de “AB” in de Veldstraat, nu Kruidvat-filiaal). Maar “Piers en zijn Charels” mochten in de Minard niet binnen van Romain.

Ondertussen, jaren veertig, had volkszangeres Helène Maréchal de jonge Romain Deconinck op sleeptouw genomen en in 1941 ging “Past op de velodieven”, het allereerste toneelstuk van Deconinck in premiére aldaar. “En de rest is geschiedenis”, en daarover komt Monique De Bock dan uitgebreid aan het woord, uiteraard doorspekt met de vele herinneringen en persoonlijke anekdotes. Het theaterkoppel heeft deze lezing al meer dan vijftig keer gegeven en is dus “goed ingespeeld”.

 

Romain en zijn Minard”, een historische uiteenzetting, te zien en vooral te beluisteren op zaterdag 14 juli, zondag 15, zaterdag 21 én zondag 22 juli . Telkens om 11 uur, in theater Scala, Dendermondsesteenweg 163, toegang 13 euro, inclusief aperitief, reservaties 09 228 87 20.

(ADT) - Foto Jean Buyle

0
0
0
s2smodern

Vijftien jaar Gentinfo: op weg naar anderhalf miljoen contacten

282675-gentinfo-62bab6-original-1528792488.jpg

Met de lancering van het nummer 09 210 10 10 werd de Stad Gent op 18 juni 2003 de eerste stad in België met een telefonisch informatiecentrum als centraal aanspreekpunt. Intussen viert het nummer van Gentinfo zijn vijftiende verjaardag, met enorme cijfers. Nu al is duidelijk dat Gentinfo dit najaar de kaap van 1.500.000 contacten zal overschrijden.

 

 

Op 18 juni 2003 noteerde Gentinfo het eerste telefoongesprek op het nummer 09 210 10 10. De Stad Gent werd daarmee de eerste lokale overheid in België die callcentertechnologie gebruikte om alle oproepen te monitoren, en extra personeel inzette om vragen en meldingen door te sturen naar de bevoegde diensten. Het callcenter kreeg van bij het begin ruime openingsuren: van maandag tot en met zaterdag, doorlopend van 8 tot 19 uur. Bovendien is Gentinfo ook open op vele sluitingsdagen van stadsdiensten.

 

Elk jaar bleef het aantal contacten groeien. In 2017 overschreed Gentinfo voor het eerst de kaap van 150.000 contacten op een jaar, en in het najaar van 2018 zal de kaap van anderhalf miljoen contacten overschreden worden. Om de vijftien jaar dienstverlening te vieren hielden burgemeester Daniël Termont en schepenen Elke Decruynaere, Christophe Peeters en Annelies Storms op vrijdag 15 juni 2018 een Bel&Win-moment. Burgers die op dat moment naar Gentinfo belden, kregen de burgemeester en schepenen aan de lijn en konden daarbij mooie prijzen winnen.

Multikanale dienstverlening

Bij de start was Gentinfo bereikbaar via telefoon, e-mail en fax. De voorbije jaren zette Gentinfo in op de digitale bereikbaarheid via het contactformulier op www.stad.gent en de sociale media. Sinds 2013 kan de burger Gentinfo ook bereiken via de Twitter-account van de Stad Gent (@stadGent). Een jaar later kwam de chat met Gentinfo via www.stad.gent, een kanaal dat sterk gewaardeerd wordt door de burger.

 

Het stadsbestuur blijft verder inzetten op persoonlijk contact met de burger. Sinds 2012 kunnen bewoners in hun eigen wijk bij een GentinfoPunt terecht met vragen over de dienstverlening van de Stad en het OCMW Gent. Alle GentinfoPunten beschikken over een rode telefoon, die de burger rechtstreeks en gratis verbindt met Gentinfo. Op dit ogenblik zijn er vijftien GentinfoPunten. Aan het einde van de legislatuur zullen er 25 GentinfoPunten in evenveel wijken actief zijn.

 

Ook het Mobiel Dienstencentrum is een rijdend GentinfoPunt, samen met dienstverlening van de Dienst Burgerzaken en de Bibliotheek. Wekelijks of tweewekelijks houdt deze multi-functionele vrachtwagen halt op verschillende plaatsen in Gent en zijn deelgemeenten. 

Waarvoor kunt u bij Gentinfo terecht?

Gentinfo is gestart als het centrale aanspreekpunt voor de Gentse stadsdiensten. Al snel breidde de dienstverlening uit, zoals de verregaande samenwerkingen met de bibliotheek, Dienst Kinderopvang, Dienst Burgerzaken en de Jeugddienst. Gentinfo staat sinds 2009 in voor het Meldpunt Nachtopvang, waarbij mensen een bed in de nachtopvang kunnen reserveren.

 

De Sportdienst, Dienst Toerisme, BOEKjeBEZOEK en het Mobiliteitsbedrijf werken de voorbije jaren ook steeds intensiever samen met Gentinfo. Hierbij nemen medewerkers van het callcenter een of meerdere lijnen van de diensten over en noteren ze reservaties of aanvragen.

 

In Gent kunnen burgers sinds 2016 online afspraken maken bij een aantal diensten met loketfuncties. Wie een afspraak telefonisch wenst te maken, kan daarvoor bij Gentinfo terecht. Daarnaast neemt het aantal inschrijvingen voor evenementen jaarlijks toe. Het gaat dan om interne activiteiten voor stadspersoneel of evenementen voor het grote publiek: wandelingen, lezingen, zitdagen voor het invullen van belastingaangiftes en nog zoveel meer. Ten slotte kan de Stad Gent het callcenter inschakelen bij crisissituaties, in het kader van de nood-en interventieplanning.

 

Gentinfo in cijfers

Op een weekdag behandelen de frontoffice medewerkers gemiddeld 624 contacten. Ook na vijftien jaar blijken dat hoofdzakelijk telefonische contacten (83%), een niet onbelangrijk gegeven in deze digitale wereld. Gentinfo behandelt vooral vragen (93%), maar ook meldingen (5,67%), suggesties (0,42%) en klachten (0,08%). Gentinfo kan ongeveer 88% van de contacten onmiddellijk beantwoorden. Complexere vragen sturen de medewerkers door naar de stadsdiensten en volgen zij verder op. Het valt op dat de complexiteit van de gestelde vragen toeneemt. Meer en meer gaan medewerkers te rade bij het netwerk van contactpersonen bij de stadsdiensten en het OCMW Gent om de burger een accuraat antwoord te bezorgen.

 Didier De Wever
0
0
0
s2smodern

Masterplan voor verbouwing Huis van Alijn is klaar

282611-31467800086_7264fab9a0_k-ba0ac7-large-1528702301.jpg

Het huis van Alijn wil ook in de toekomst verder inzetten op interactie met het publiek. Die focus heeft niet alleen inhoudelijke, maar ook ruimtelijke gevolgen. Zo zou het museum toegankelijker moeten worden, zeker ook voor rolstoelgebruikers. Het museumparcours kan logischer en enkele ruimtes kunnen beter worden benut. Stadsontwikkelingsbedrijf sogent en OYO Architects maakten een masterplan op voor de ruimtelijke reorganisatie. Een uitdagende oefening die een veelbelovend resultaat opleverde.

 

 

 

Nood aan vernieuwing

Het Huis van Alijn, het 'museum van het dagelijkse leven' aan de Kraanlei, staat voor een subtiele, maar toch grondige transformatie.

'Als museum van het dagelijkse leven speelt het Huis van Alijn een belangrijke rol in onze snel veranderende samenleving. Voor het museum staan deze maatschappelijke betekenis en het versterken van de museale functies voorop. Daarom wil het museum steeds meer inzetten op participatie, interactie met het publiek en een hoge toegankelijkheid. Deze uitgesproken publieksgerichte focus heeft ook ruimtelijke gevolgen. Een vernieuwing van het museum dringt zich dan ook op.'

Sogent kreeg de opdracht van de stad om een masterplan op te maken voor de ruimtelijke reorganisatie van het Huis van Alijn. Het stadsontwikkelingsbedrijf liet zich daarvoor bijstaan door OYO Architects uit Gent.

'Samen stonden sogent en de architecten voor een grote uitdaging; het masterplan diende tegemoet te komen aan de eisen van het museum, maar ook rekening houden met de adviezen van de brandweer en de toegankelijkheidsambtenaar. Bovendien is het Huis van Alijn een beschermd monument, met een indrukwekkend verleden dat uiteraard met veel respect moet benaderd worden.'

Vanwaar komen we?

De geschiedenis van de site gaat terug tot in de 14de eeuw en leest als een middeleeuws liefdesdrama. Simon Rijm, een rijke patriciërszoon, vermoordde zijn liefdesrivaal Hendrik Alijn. Om genade te krijgen moest hij een godshuis voor arme vrouwen oprichten en onderhouden. Zo werd het Kinderen Alijns Hospitaal, ook wel Sint-Katharinahospitaal genaamd, gebouwd in 1363.

 

Het bestond aanvankelijk uit slechts acht houten woningen en een kapel. Twee eeuwen later werd het godshuis heropgebouwd in steen en uitgebreid tot achttien woningen rond de binnentuin en tien huurpanden aan de Kraanlei. In de 19de eeuw werd de site in gebruik genomen als beluik voor arbeiders. In 1941 kocht de Stad Gent het gebouw. Twee jaar later werd het beschermd als monument. Sinds 1962 is het pand ingericht als museum met een waardevolle historische volkskundige collectie.

 

In 2000 veranderde het museum van naam en startte het Huis van Alijn met een nieuwe missie en visie. Meteen werd ook een nieuwe museumpresentatie geopend. Hiervoor werden een aantal minimale bouwtechnische ingrepen gedaan om het gebouw toegankelijker te maken en meer geschikt als tentoonstellingsruimtes.

Waar gaan we naartoe?

Om het museum klaar te stomen voor de toekomst, zijn er drie ingrepen nodig: een verbeterde toegankelijkheid, een beter aansluitend museumparcours en een optimaler ruimtegebruik.

 

Er werd gezocht en gepuzzeld. Na negen scenario’s die door sogent en de architecten werden uitgewerkt, kwam er een uit de bus die aan de verwachtingen van alle betrokken partners (Huis van Alijn, brandweer, toegankelijkheidsambtenaar en monumentenzorg/onroerend erfgoed) voldeed.

 

Verbeterde toegankelijkheid

Ten eerste zal de toegankelijkheid van het museum op verschillende manieren verbeterd worden.

Opvallend is dat het museum een nieuwe hoofdingang krijgt ter hoogte van huis nummer 67 aan de Kraanlei. Deze ingang wordt drempelloos en dus ook rolstoeltoegankelijk. Bezoekers zullen hier meteen het onthaal, de ticketverkoop, de vestiaire, het sanitair en de museumshop vinden. Valide bezoekers zullen nog steeds de binnentuin kunnen betreden via het poortje aan de Kraanlei, waar de huidige ingang zich bevindt. De binnentuin wordt heraangelegd en uitgerust met een rolstoeltoegankelijke zone.

 

De nieuwe hoofdingang zal rechtstreeks toegang bieden tot een nieuwe circulatiekern met lift en traphal. Die worden gebouwd op de plaats van de achterbouwsels van huis 65 (de apotheek) en huis 67 aan de Kraanlei. Op deze plek zal de toevoeging de minste impact hebben op het beschermd monument. De bovendakse liftkoker zal hier immers niet te zien zijn vanaf de Kraanlei. Via de lift en traphal zullen ook de verdiepingen van de kapel kunnen bereikt worden, wat een grote meerwaarde betekent.

 

Aansluitend museumparcours

Ten tweede wordt er werk gemaakt van een beter aansluitend museumparcours. Het huidige parcours wordt op verschillende plaatsen onderbroken. Dat is voor bezoekers niet altijd logisch en praktisch. Om dat euvel op te lossen, worden er verschillende ingrepen voorzien.

 

Op het gelijkvloers wijkt het museumcafé (dat zich nu in de vleugel aan de Corduwanierstraat bevindt) uit naar de rechtervleugel. Zo ontstaat er een ononderbroken L-vormig geheel voor de tentoonstellingen in de linkervleugel en de vleugel aan de Corduwanierstraat. Naast het museumcafé wordt in de rechtervleugel nog een aparte vergaderruimte voorzien. Op de eerste verdieping wordt een beglaasde passerelle toegevoegd tussen de vleugel aan de Corduwanierstraat en de rechtervleugel. Ook tussen de linker- en rechtervleugel wordt een doorsteek gerealiseerd, net boven het portaal aan de Kraanlei. Op die manier wordt het museum op de eerste verdieping rondom rond verbonden en dus het tentoonstellingsparcours ononderbroken.

 

Waar gaan we naartoe?

Om het museum klaar te stomen voor de toekomst, zijn er drie ingrepen nodig: een verbeterde toegankelijkheid, een beter aansluitend museumparcours en een optimaler ruimtegebruik.

 

Er werd gezocht en gepuzzeld. Na negen scenario’s die door sogent en de architecten werden uitgewerkt, kwam er een uit de bus die aan de verwachtingen van alle betrokken partners (Huis van Alijn, brandweer, toegankelijkheidsambtenaar en monumentenzorg/onroerend erfgoed) voldeed.

 

Verbeterde toegankelijkheid

Ten eerste zal de toegankelijkheid van het museum op verschillende manieren verbeterd worden.

Opvallend is dat het museum een nieuwe hoofdingang krijgt ter hoogte van huis nummer 67 aan de Kraanlei. Deze ingang wordt drempelloos en dus ook rolstoeltoegankelijk. Bezoekers zullen hier meteen het onthaal, de ticketverkoop, de vestiaire, het sanitair en de museumshop vinden. Valide bezoekers zullen nog steeds de binnentuin kunnen betreden via het poortje aan de Kraanlei, waar de huidige ingang zich bevindt. De binnentuin wordt heraangelegd en uitgerust met een rolstoeltoegankelijke zone.

 

De nieuwe hoofdingang zal rechtstreeks toegang bieden tot een nieuwe circulatiekern met lift en traphal. Die worden gebouwd op de plaats van de achterbouwsels van huis 65 (de apotheek) en huis 67 aan de Kraanlei. Op deze plek zal de toevoeging de minste impact hebben op het beschermd monument. De bovendakse liftkoker zal hier immers niet te zien zijn vanaf de Kraanlei. Via de lift en traphal zullen ook de verdiepingen van de kapel kunnen bereikt worden, wat een grote meerwaarde betekent.

 

Aansluitend museumparcours

Ten tweede wordt er werk gemaakt van een beter aansluitend museumparcours. Het huidige parcours wordt op verschillende plaatsen onderbroken. Dat is voor bezoekers niet altijd logisch en praktisch. Om dat euvel op te lossen, worden er verschillende ingrepen voorzien.

 

Op het gelijkvloers wijkt het museumcafé (dat zich nu in de vleugel aan de Corduwanierstraat bevindt) uit naar de rechtervleugel. Zo ontstaat er een ononderbroken L-vormig geheel voor de tentoonstellingen in de linkervleugel en de vleugel aan de Corduwanierstraat. Naast het museumcafé wordt in de rechtervleugel nog een aparte vergaderruimte voorzien. Op de eerste verdieping wordt een beglaasde passerelle toegevoegd tussen de vleugel aan de Corduwanierstraat en de rechtervleugel. Ook tussen de linker- en rechtervleugel wordt een doorsteek gerealiseerd, net boven het portaal aan de Kraanlei. Op die manier wordt het museum op de eerste verdieping rondom rond verbonden en dus het tentoonstellingsparcours ononderbroken.

Ruimtes optimaliseren

Ten slotte werd gezocht naar een optimaler gebruik van enkele ruimtes. Het poppentheater van ‘Pierke van Alijn’ verhuist van de zolderverdieping van de vleugel Corduwanierstraat, naar het gelijkvloers van de kapel. Die locatie laat een betere evacuatie toe en is meteen een leuker kader voor de voorstellingen. Op de tweede verdieping van de kapel komt een multifunctionele ruimte. De derde verdieping kan dienst doen als archief.

Op het gelijkvloers van de vleugel aan de Kraanlei worden de Koninklijke Bond der Oost-Vlaamse Volkskundigen, kortweg de KBOV, , het kenniscentrum Studio Alijn en leeszaalvoorzieningen ondergebracht.

Burelen en berging voor het personeel van het Huis van Alijn blijven in de huisnummers 69 en 71 langs de Kraanlei.

De uitwerking

Dit masterplan is de ideale vertrekbasis om de reorganisatie van het museum te concretiseren en uit te voeren in een volgende fase. De totale kost voor de renovatie en restauratie van de gebouwen inclusief alle erelonen en de btw wordt geraamd op 10,5 miljoen euro. In deze raming zijn zowel de ingrepen van het masterplan op de site (lift, trappenhal en passerelle, …), de integrale aanpak van de gebouwen (de restauratie van museumgebouwen, kapel en drie panden met de kantoorruimtes, de heraanleg van de binnentuin, …) als de erelonen voor ontwerpteam inbegrepen.

De kost kan gespreid worden over een aantal jaren en er kunnen hiervoor nog subsidies aangevraagd worden. Weldra wordt er werk gemaakt van een erfgoedbeheersplan, waardoor er in de toekomst een erfgoedpremie van 80% verkregen kan worden voor de restauratiewerken.

Didier De Wever

0
0
0
s2smodern